Hoe hou je gezond gedrag vol op de lange termijn?

Door Dominika Kwasnicka, SWPS University, Polen en University of Melbourne, Australie

Het einddoel van programma’s voor gezondheidspromotie is om langdurige gedragsverandering. Medewerkers in de gezondheidszorg kunnen daar een rol in spelen, door patiënten te helpen hun gezondheid te verbeteren door gedrag te veranderen en deze verandering vol te houden. We weten dat het moeilijk is om je gezonder te gaan gedragen, en dat het nog moeilijker is om dat op langere termijn vol te houden. Een groot vraagstuk in de gezondheidspsychologie is waarom dat zo moeilijk is.   

(more…)

Read more

Steek je kop niet in het zand! Het nut van mensen helpen om hun voortgang te bewaken

Door Thomas L. Webb, Department of Psychology, The University of Sheffield, the UK

Hoe gaat het met je voornemen om minder te snoepen en 10 kg af te vallen? De kans is groot dat je dat niet goed weet – of misschien niet eens wil weten. In dit soort situaties hebben mensen de neiging hun kop in het zand te steken, en doelbewust informatie die hen zou moeten helpen met het bewaken van hun voortgang te vermijden of verwerpen. Onderzoek naar dit ‘struisvogel effect’ geeft aanwijzingen dat mensen hun voortgang vaak niet bijhouden (bijvoorbeeld door regelmatig op een weegschaal te gaan staan, of de voedingsinformatie van een product bestuderen), gedeeltelijk omdat ze zich slecht over zichzelf gaan voelen als ze dat wel doen. Ze realiseren zich dan bijvoorbeeld dat ze nog steeds meer wegen dan gehoopt, en dat ze nog steeds te veel suiker eten. 

(more…)

Read more

Gedragswetenschappelijke inzichten voor de COVID-19 pandemie

Door Shane Timmons, Economic and Social Research Institute, Ierland

Over de hele wereld zijn regeringen in actie gekomen om de verspreiding van het nieuwe coronavirus onder controle te houden, naar het gedrag van individuen is essentieel voor het succes van de maatregelen. Wij – de afdeling gedragsonderzoek van het Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek in Dublin – werken samen met het Ierse Departement voor Gezondheidszorg om hen te adviseren over hun reactie op de COVID-19 pandemie. Hiervoor lazen we onder andere meer dan 100 wetenschappelijke artikelen, en zijn we begonnen met onderzoeken hoe het beste te communiceren met de bevolking, met informatie die relevant is voor gezondheidspsychologen. Ons literatuuroverzicht richt zich op drie gebieden die de basis vormen voor de communicatie over volksgezondheid in de meeste landen: handhygiëne, gezicht aanraken, en afstand houden van anderen. We kijken ook naar de bredere literatuur over behulpzaamheid en goede crisiscommunicatie.

(more…)

Read more

The importance of assessing clients’ coping strategies

By Nadia Garnefski and Vivian Kraaij, Department of Clinical Psychology, Leiden University, The Netherlands

Rob has just heard that he has HIV (negative event). He thinks that he is the one to blame for this (self-blame) and he avoids seeing his friends (withdrawal). The situation makes him sad. When sitting at home, he cannot stop thinking about his feelings (rumination) and believes that what has happened to him is a complete disaster (catastrophizing). Because he feels sad, he has little energy. As a result, he withdraws even more. This makes him even sadder. In this way, Rob is drawn into a downward spiral.

(more…)

Read more

Zijn je cliënten defensief? Zelfbevestiging kan helpen!

Peter Harris en Ian Hadden, The Self-Affirmation Research Group, School of Psychology, University of Sussex, UK

Ben je ooit terughoudend geweest om iets onder ogen te zien wat je liever negeert? Misschien een voorliefde voor lekkere trek waar je te vaak aan toegeeft, of de neiging om oproepen voor gezondheidschecks te negeren? Je bent niet de enige. De meeste mensen zien zichzelf als verstandig en competent. Daarom is het moeilijk om te horen dat je je soms niet zo verstandig en competent gedraagt. We zijn daarom erg goed in ons verzetten tegen dingen die we liever niet over onszelf horen.

(more…)

Read more

Een beter versie van jezelf als motivatie om gedrag te veranderen

Door Winifred Gebhardt, Leiden Universiteit, Nederland

Zo’n negen jaar geleden werd ik van de een op de andere dag vegetarier. In het boek wat ik aan het lezen was vertelde de hoofdpersoon dat hij niets kon eten “waar ooit een hart in heeft geklopt”. Dit sloeg bij mij in als een bom. Ik realiseerde me dat ik precies hetzelfde voelde. Ik stopte meteen met vlees en vis eten, en ik heb nooit moeite gehad om dit vol te houden. Dit nieuwe patroon paste precies bij “wie ik ben”.

Aan de andere kant jogde ik vroeger regelmatig, en kon ik makkelijk zeven kilometer hardlopen. Ik heb mezelf echter nooit als een “sportief persoon” gezien, en elke keer als een hindernis zich voordeed, zoals een verkoudheid, bleef ik makkelijk gewoon op de bank hangen. Ik doe nu niet langer mijn best om “sportief” te zijn, maar probeer wel zoveel mogelijk te wandelen. Ik zie mezelf als een “actief persoon.” 

(more…)

Read more

N-is-1 studies: Wat kunnen we te weten komen met slechts één casus?

Door Marie Johnston en Derek Johnston, University of Aberdeen, Scotland

Medische deskundigen willen vaak een antwoord op een probleem van één persoon, één gezondheidszorg team, één ziekenhuis, één regio, enz. Het kan bijvoorbeeld belangrijk zijn om te weten hoe vaak een oberse man snacks eet, wanneer en waar hij snackt, en of stress snack gedrag verhoogt. Je wil misschien weten hoe vaak een team van verpleegkundigen niet de regels voor handhygiene opvolgt, of dat vaker is als ze onderbezet zijn, en of het ophangen van instructies effect heeft. Je kunt ook een onderzoek doen naar medische fouten om te zien of die vaker voorkomen op sommige afdelingen of bij sommige personeelsgroepen. Op beleidsniveau kan het nuttig zijn te onderzoeken of een nieuwe regel, zoals het rookverbod in de horeca, invloed heeft gehad op het aantal rokers.  

Je kunt deze vragen proberen te beantwoorden door mensen te vragen wat ze denken of zich herinneren, maar het is beter om te vragen of observeren op kritieke momenten om problemen met geheugen of systematische afwijkingen te voorkomen. Nieuwe technologie zoals het bijhouden van gedrag op een smartfoon maakt het gemakkelijker te volgen wat daadwerkelijk op het moment gebeurt, en een N-is-1 studie kan het mogelijk maken antwoord te krijgen op je vraag.

N-is-1 studies kunnen gedaan worden als het probleem herhaaldelijk beoordeeld kan worden om te kijken naar verandering na verloop van tijd. Dan kan het probleem beschreven worden, en kan gekeken worden naar of het beter of slechter gaat onder verschillende omstandigheden. Ook kan een nieuwe interventie of behandeling gestart worden om te kijken of dit het beoogde effect heeft.

De simpelste manier om te kijken naar de data is kijken naar patronen in een grafiek, zoals de grafieken hieronder. Dit is een essentiele stap in N-is-1 analyse, en kan genoeg zijn om het probleem in kaart te brengen. Er zijn ook geavanceerdere statistische analyse methoden voor N-is-1 studies, en steeds complexere methoden worden ontwikkeld (o.a. methoden om dynamische verandering te beoordelen).      

(more…)

Read more

Lichaamsbeweging voor ouderen: wat is genoeg?

Door Anne Tiedemann, The University of Sydney, Australia

 “Gebrek aan activiteit vernietigt de conditie van ieder mens terwijl lichaamsbeweging en sport deze bewaren en behouden” … Plato, 400 BC.

Het is algemeen bekend dat het belangrijk is voor gezondheid en welzijn om van lichaamsbeweging een gewoonte te maken. Echter, campagnes richten zich vaak op kinderen en jongeren, met minder focus op 65 plussers. Dit terwijl dagelijks bewegen op oudere leeftijd juist belangrijk is.

(more…)

Read more

Praten over lichaamsgewicht in een consultatie

Door Jane Ogden, University of Surrey, UK

Het is lastig om in een consult over lichaamsgewicht te beginnen. Sommige patienten hebben er genoeg van om elke keer te horen dat ze ‘wel wat af mogen vallen’, of ze nu voor een zere keel, een uitstrijkje of mogelijke hartproblemen komen. Wellicht hebben ze hun hele leven lang met stigma te maken gehad en denken ze dat hun overgewicht het enige is wat mensen ooit zien. Anderen hebben hun gewicht wellicht nog nooit als een probleem gezien en kunnen beledigd of verrast zijn als je er over begint. Sommige mensen willen het advies niet horen en denken bijvoorbeeld ‘wat weet jij er nou van – je bent zelf te dun/dik/jong/oud’ of ‘ik heb geen vertrouwen in de wetenschap’. Beginnen over lichaamsgewicht vereist daarom behoedzaamheid, en voorbereiding op ‘wanneer’, ‘hoe’, en ‘wat’ je precies zegt tegen een persoon met overgewicht.     

(more…)

Read more

Self-efficacy: Het ‘ik kan het’ gevoel wat mensen in staat stelt hun levensstijl te veranderen.

Door Ralf Schwarzer, Vrije Universiteit Berlijn, Duitsland, en SWPS University of Social Sciences and Humanities, Polen

Gedragsverandering is vaak gewenst, maar ook moeilijk te realiseren. Stoppen met roken, gezond eten, en sporten vereisen allemaal motivatie, moeite, en doorzettingsvermogen. Hoewel veel psychologische factoren een rol spelen bij gedragsverandering is self-efficacy (vrij vertaald als zelf-redzaamheid: het gevoel dat je een bepaald gedrag kunt uitvoeren) een van de meest belangrijke.

Wat is self-efficacy, en wat doet het?

Heb je het ooit moeilijk gevonden om geen wijn te bestellen als je uit eten gaat? Hoewel je misschien vindt dat niet drinken goed voor je is, kan het moeilijk zijn om vol te houden. Dit gevoel duidt op een lage self-efficacy om alcohol te vermijden. Self-efficacy is de hoeveelheid persoonlijke controle die we verwachten te hebben over een gedrag in lastige situaties. Het is het optimistische geloof in ons eigen vermogen om nieuwe en moeilijke uitdagingen aan te gaan. Als we sterk geloven in ons vermogen een taak te volbrengen (dus een hoge self-efficacy hebben), dat is het waarschijnlijk dat we er moeite voor doen. Als we vertrouwen hebben dat we een probleem of uitdaging (bijvoorbeeld een examen of toets) aankunnen is het waarschijnlijker dat we de uitdaging aangaan dan dat we deze gaan vermijden. Maar als we aan onszelf twijfelen (dus een lage self-efficacy hebben) dan aarzelen we wellicht om ergens aan te beginnen. Self-efficacy is daarom een belangrijke voorwaarde voor gedragsverandering en ondersteunt optimaal functioneren.

Wat kunnen we leren van onderzoek over gedragsverandering?

Literatuur overzichten geven aan dat een hoge self-efficacy gezondheidsgedrag voorspelt, zoals stoppen met roken, dieten, anticonceptiegebruik, alcohol gebruik, eten van groente en fruit, flossen, en lichaamsbeweging. Ook laten interventie studies zien dat het verhogen van self-efficacy leidt tot verbetering van gezondheidsgedrag (zoals dieten en lichaamsbeweging). Deze resultaten laten zien dat mensen een bepaalde hoeveelheid self-efficacy nodig hebben om belangrijk gezondheidsgedrag te veranderen en gewenste uitkomsten te bereiken (zoals gewichtsverlies).

Aangezien self-efficacy duidelijk belangrijk is in het process van gedragsverandering, vragen we ons in dit blog af: Hoe komen we erachter of iemand een hoge of lage self-efficacy heeft? En wat kunnen we doen om self-efficacy te verhogen?

Hoe kunnen we het self-efficacy niveau inschatten?

The meest voorkomende manier is om mensen bepaalde stellingen te laten beoordelen. Een regel voor de gedrags-specifieke meting van self-efficacy is: “ik heb er vertrouwen in dat ik [een bepaald gedrag uit kan voeren], zelfs als [een barriere tot dat gedrag].” Een voorbeeld van een self-efficacy stelling is: “ik heb er vertrouwen in dat ik toetjes kan laten staan, zelfs als mijn familie toetjes blijft eten.” Voor het meten van allerlei gezondheidsgedrag zijn self-efficacy schalen (groepen van stellingen) ontwikkeld. Self-efficacy schalen voor dieten, lichaamsbeweging, gebruik van zonnebrand, flossen, handen wassen, en alcohol gebruik kun je hier en hier vinden. Bij het bepalen van self-efficacy is het belangrijk te beseffen dat een lage self-efficacy voor het ene gedrag niet automatisch betekent dat self-efficacy voor het andere gedrag ook laag is. Self-efficay moet daarom specifiek in relatie tot een bepaald gedrag gemeten worden.

 

Hoe kunnen we self-efficacy verhogen?

De meeste interventies die zich richten op het verhogen van self-efficacy kunnen ingedeeld worden in vier verschillende groepen die een hierarchie vormen. Allereerst, bovenaan de hierarchie, kan self-efficacy verbeterd worden door persoonlijke prestaties. Om deze succeservaringen te cultiveren kun je clienten begeleiden naar kleine doelen die naar alle waarschijnlijkheid gehaald zullen worden. Je kunt dan positieve feedback geven om de succeservaring te versterken, en de client aanmoedigen om uitdagender vervolgstappen te zetten. Zo’n stapsgewijze aanpak kan nuttig zijn zowel in klinische settings als fysiotherapie (stapsgewijze vooruitgang van balans- en krachtsoefeningen), of cognitieve gedragstherapie voor fobieen.

De tweede groep is indirecte ervaring, ofwel het observeren van anderen. Als mensen anderen (met wie ze zich kunnen identificeren) een uitdaging zien overwinnen kan sociale vergelijking en imitatie van het gedrag self-efficacy versterken. Stel je bijvoorbeeld voor dat je bezig bent te stoppen met roken, maar het lukt je partner niet om te stoppen door een lage self-efficacy. Probeer dan je partners self-efficacy te verhogen door in kleine stappen je eigen ervaringen met barrieres (bijvoorbeeld de sterke behoefte aan een sigaret) en hoe je deze hebt overwonnen en je optimisme te delen. Zodanig kun je een positief rolmodel zijn als het even te zwaar wordt voor de ander.

De derde manier om self-efficacy te verhogen is door overtuigingskracht. Dit werkt minder goed dan de persoonlijke of indirecte ervaring, maar kan soms nuttig zijn. Je kunt bijvoorbeeld je client geruststellen door te benadrukken dat ze zich aan het nieuwe dieet kunnen houden aangezien ze competent zijn, en goed zijn in plannen. Je kunt de client ook vertellen dat ze alles voor elkaar kunnen krijgen waar ze moeite voor doen. Dit soort overreding kan self-efficacy verhogen.

De vierde, de perceptive en interpretative van fysiologische alertheid, is minder relevant in interventies voor gezondheidsgedrag. Je kunt je clienten echter wel voorbereiden op potentieel fysiologisch ongemak wanneer ze nieuw gezonder gedrag gaan vertonen (het sterke verlangen naar een sigaret, spierpijn na sprten, etc.), wat terugval kan verminderen.

Concluderend kunnen we zeggen dat self-efficacy een belangrijke overtuiging is die vatbaar is voor verandering, en die belangrijk is om gezond gedrag te beginnen en vol te houden. Als self-efficacy laag is kan het met de juiste stappen verhoogd worden wat mensen kan helpen hun gedrag te veranderen.

Praktische tips:

  • Bepaal self-efficacy. Als je een bepaalde gedragsverandering met een client bespreek, bepaal dat ook het niveau van self-efficacy. Dit kun je doen door middel van een vragenlijst, of door te vragen naar hun vertrouwen in zichzelf dat ze het gedrag uit kunnen voeren in lastige situaties.
  • Help self-efficacy verhogen. Als iemand een lage self-efficacy heeft, probeer deze dan te verhogen met behulp van:
    • Aanzetten tot succeservaringen. Help de persoon om stuctuur te geven aan hun pogingen om gedrag te veranderen, zodat ze snel en vaak kleine successen boeken.
    • Identificeer indirecte ervaringen. Wijs op gepaste rolmodellen die de uitdaging met succes zijn aangegaan.
    • Laat de persoon weten dat je vertrouwen hebt in hun vaardigheden en karakter.

[Vertaald door Anne van Dongen]

Read more