Door Amanda L. Rebar, Universiteit van South Carolina, VS

Lichamelijke activiteit wordt steeds vaker aanbevolen als onderdeel van de mentale gezondheidszorg – en daar zijn goede redenen voor. Het bewijs is overtuigend: regelmatige lichaamsbeweging kan symptomen van depressie en angst verminderen, het welzijn verbeteren en een aanvulling vormen op psychologische en farmacologische behandelingen.

Er is echter een praktische vraag die centraal staat bij het bevorderen van lichaamsbeweging voor de mentale gezondheid: hoe kunnen we mensen ondersteunen om actief te zijn als een slechte mentale gezondheid de motivatie en het vermogen om dat te doen kan ondermijnen?

Wanneer symptomen belemmeringen vormen voor lichaamsbeweging

Steeds meer onderzoek wijst erop dat psychische symptomen niet louter belemmeringen zijn voor lichaamsbeweging; ze vormen een belangrijk onderdeel van het proces zelf en beïnvloeden de motivatie en het vermogen van mensen om actief te zijn.

Voor iemand die kampt met depressie, angst of hoge stressniveaus kunnen de symptomen zelf belangrijke bepalende factoren worden voor het bewegingsgedrag. Depressie kan energie wegnemen, ervoor zorgen dat alledaagse taken zwaarder aanvoelen en het plezier verminderen dat mensen halen uit activiteiten die ze vroeger waardeerden. Angst kan ervoor zorgen dat sociale situaties, onbekende omgevingen of zelfs de fysieke sensaties die gepaard gaan met lichaamsbeweging, ongemakkelijk of bedreigend aanvoelen. Stress kan de aandacht beperken tot onmiddellijke eisen, waardoor er weinig mentale ruimte overblijft voor gezondheidsdoelen op de langere termijn.

Beweging ondersteunen bij veranderde symptomen

Op deze manier kunnen psychische symptomen niet alleen invloed hebben op hoe mensen zich voelen, maar ook op welke manier ze in staat zijn gedrag te vertonen dat hun mentale gezondheid kan ondersteunen. Het besef hiervan verlegt de focus van het simpelweg lichaamsbeweging aanbevelen naar het ondersteunen van de betrokkenheid.

Hoe kunnen zorgverleners mensen dan helpen om betrokken te blijven bij lichaamsbeweging wanneer symptomen deelname bemoeilijken?

Een nuttig uitgangspunt is het herkennendat mentale gezondheid zelden statisch is. Symptomen veranderen in de loop van de tijd, en dat geldt ook voor iemands vermogen om aan lichaamsbeweging te doen. Iemand die de ene week actief en betrokken is, kan de volgende week dezelfde activiteit veel moeilijker vinden. Deze veranderingen weerspiegelen vaak wisselende symptomen en omstandigheden, in plaats van een gebrek aan inzet.

Tegenslagen zien als informatie, niet als mislukking

Dit perspectief moedigt zorgverleners aan om af te stappen van het perspectief van inactieve periodes als mislukkingen. Wanneer lichaamsbeweging niet verloopt zoals gepland, levert dat informatie op. In plaats van te vragen waarom iemand het niet heeft volgehouden, kan het nuttiger zijn om te vragen wat in de weg stond. Was het doel onrealistisch gezien de symptomen van die week? Maakte de vermoeidheid de activiteiten te zwaar? Kregen andere verplichtingen voorrang? Of voelde de activiteit gewoonweg niet leuk of overweldigend aan? Inzicht in deze belemmeringen kan zorgverleners en patiënten helpen toekomstige plannen aan te passen in plaats van ze helemaal op te geven.

Verminder het vertrouwen op motivatie en zelfbeheersing

Een tweede implicatie is dat ondersteuning niet volledig op motivatie mag berusten. Motivatie kent van nature ups en downs, vooral in periodes van slechte mentale gezondheid. Zorgverleners kunnen helpen omstandigheden te creëren waarin het gemakkelijker is om met een activiteit te beginnen en deze vol te houden.

Activiteitsdoelen aanpassen aan veranderde behoeften

Flexibele doelen, duidelijke actieplannen, een ondersteunende omgeving en vaste routines kunnen allemaal de afhankelijkheid van tijdelijke motivatie verminderen. Doelen moeten bijvoorbeeld flexibel genoeg zijn om rekening te houden met veranderde symptomen, terwijl actieplannen kunnen helpen om een activiteit te koppelen aan specifieke signalen en kansen in het dagelijks leven.

Belangrijk is dat dit niet betekent dat de verwachtingen moeten worden bijgesteld. Het betekent dat we erkennen dat vooruitgang zelden lineair verloopt. Tijdens moeilijkere periodes kan succesvol al betekenen dat men een routine volhoudt, een korte wandeling maakt of een haalbare manier vindt om in beweging te blijven. In periodes waarin de symptomen minder belastend zijn, kunnen de doelen worden uitgebreid en de activiteiten worden opgevoerd.

Waarom plezier belangrijk is

Tenslotte verdient plezier meer aandacht bij het bevorderen van lichaamsbeweging. Recent onderzoek wijst erop dat lichaamsbeweging in de vrije tijd een sterkere band heeft met mentale gezondheid dan activiteiten op andere gebieden, wat benadrukt dat de context ertoe doet. Activiteiten die plezierig, zinvol en zelfgestuurd aanvoelen, zijn wellicht gemakkelijker vol te houden en gunstiger voor de mentale gezondheid dan activiteiten die puur worden ondernomen omdat ze als gezond worden beschouwd. Mensen ondersteunen bij het vinden van bewegingsvormen die zij oprecht waarderen, kan daarom net zo belangrijk zijn als hen helpen een bepaald activiteitsdoel te bereiken.

Mensen tegemoetkomen waar ze staan

Samen weerspiegelen deze principes wat het betekent om mensen tegemoet te komen waar ze staan. Niet door verwachtingen te verlagen of doelen op te geven, maar door de ondersteuning aan te passen aan veranderde symptomen, omstandigheden en mogelijkheden. 

Lichamelijke activiteit kan een krachtig hulpmiddel zijn ter ondersteuning van de mentale gezondheid. Maar het aanbevelen ervan is slechts het begin. De echte uitdaging (en kans) voor zorgverleners is om mensen te helpen verbonden te blijven met lichamelijke activiteit wanneer symptomen deelname bemoeilijken. Mensen tegemoetkomen waar ze staan, de ondersteuning aanpassen aan veranderde omstandigheden en tegenslagen zien als leermomenten, kan net zo belangrijk zijn als de aanbeveling zelf.

Praktische aanbevelingen

  1.     Verwacht schommelingen, geen consistentie.
    Symptomen op het gebied van mentale gezondheid, motivatie en energieniveaus veranderen in de loop van de tijd. Bespreek lichaamsbeweging als iets dat van week tot week mogelijk moet worden aangepast, in plaats van een gestage, lineaire vooruitgang te verwachten.
  2.     Beschouw tegenslagen als informatie, niet als mislukkingen.
    Wanneer lichaamsbeweging niet verloopt zoals gepland, ga dan na wat in de weg stond. Was het doel onrealistisch gezien de huidige symptomen? Waren er concurrerende eisen, omgevingsbarrières of uitdagingen met betrekking tot het plezier? Gebruik deze inzichten om toekomstige plannen bij te sturen in plaats van ze op te geven.
  3.     Stel plannen op die niet volledig afhankelijk zijn van motivatie.
    Help mensen eenvoudige routines, signalen en actieplannen te vinden die het gemakkelijker maken om met lichaamsbeweging te beginnen, vooral op moeilijkere dagen. Het doel is niet om de motivatie te maximaliseren, maar om de afhankelijkheid van zelfbeheersing te verminderen.
  4.     Geef prioriteit aan betrokkenheid boven vooruitgang.
    In periodes waarin de geestelijke gezondheid minder goed is, kan het volhouden van lichaamsbeweging belangrijker zijn dan het behalen van richtlijndoelen. Een korte wandeling, een vertrouwde routine of een haalbare vorm van beweging kan helpen het zelfvertrouwen te behouden en een basis te leggen voor toekomstige vooruitgang.
  5.     Maak plezier tot een behandeldoel.

Activiteiten die zinvol, bevredigend of plezierig aanvoelen, worden vaker op de lange termijn volgehouden. Help mensen bij het vinden van bewegingsvormen die zij oprecht waarderen, in plaats van uitsluitend te focussen op wat in theorie optimaal lijkt.

Vertaald door: Denise Makkinje – van Rijen en Isabelle Colombi-Maussen

Subscribe

Sign up today to get notified whenever a new blog post is published!

And don’t worry, we hate spam too! You can unsubscribe at anytime.

Share

Shares