Meer bewegen en minder zitten op het werk: Laten we niet bij de pakken neer gaan zitten

Posted on Posted in Interventions, Social Support

By Stuart Biddle, University of Southern Queensland, Australia

 

Ik schrijf dit blog op valentijnsdag! De non-gouvermentele organisatie (NGO) die zich in Australie bezig houdt met gezondheidsbevordering heet Bluearth. Bluearth heeft wat grappige filmpjes gemaakt om mensen aan te sporen minder te zitten, door het ‘uit te maken’ met je stoel of bank (klik hier voor de filmpjes). Wat is namelijk het probleem? De verandering in werksituatie die velen van ons meemaken zorgen ervoor dat we te veel tijd zittend doorbrengen. Uit onderzoek is gebleken dat dat slecht is voor onze gezondheid. Veel mensen gaan met de auto naar het werk, zitten het grootste gedeelte van de dag aan hun bureau, rijden in de auto weer naar huis, en zitten een groot deel van de avond voor de TV of achter hun computer. De werkplek zou daarom klaar gemaakt moeten worden voor gezonde gedragsverandering. Helaas is zitten zo’n gewoonte geworden dat sterke sociale normen en omgevingsfactoren beweging ontmoedingen, en zitten makkelijk maken. Het is niet makkelijk daar iets aan te veranderen.

 

Het is belangrijk op te merken dat minder zitten niet de enige oplossing is. We moeten mensen motiveren om meer te bewegen, bij voorkeur gemiddeld tot intensieve sport training. Daarnaast is de overstap maken van lange periodes zitten tot lichte lichaamsbeweging ook belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door vaker op te staan en met een collega te gaan praten in plaats van een email te sturen, de trap nemen in plaats van de lift, of eens staand te vergaderen.

 

Wat is de beste manier om dit te bereiken? We hebben een literatuur overzicht gemaakt van gedragsveranderings methoden, inclusief methoden die gebruikt kunnen worden op de werkplek. Van de 38 interventies die we bekeken waren er 20 die op de werkplek getest waren. Vijftien daarvan bleken ‘erg geschikt’ voor gedragsverandering. Interventies die gericht waren op omgevingsfactoren (bijvoorbeeld het instaleren van bureaus waaraan de werknemer zowel kan zitten als staan), overtuiging, of onderwijs (bijvoorbeeld een workshop over de gezondheidseffecten van zitten en bewegen op kantoor) hadden het meeste effect. Zelf-controle (bijvoorbeeld een bewegingslogboek bijhouden), probleem oplossend denken (bijvoorbeeld zelf nadenken over oplossingen voor het eigen kantoor), en het herinrichten van de sociale of fysieke kantooromgeving waren veelbelovende gedragsveranderings methoden.

 

Om mensen te helpen minder te zitten en meer te bewegen op kantoor, maar wel te zorgen dat men productief blijft, is het instaleren van bureaus waaraan de werknemer zowel kan zitten als staan populair aan het worden. Het advies hierbij is zoveel mogelijk af te wisselen, in plaats van lange periodes alleen maar te staan. Gebaseerd op ons literatuur overzicht verwachten we daarom dat deze bureaus zullen zorgen voor gedragsverandering, aangezien ze het mogelijk maken omgevingsveranderingen aan te brengen. Tegelijkertijd moeten we mensen informatie geven over de voordelen, en hen zelf-controle bijbrengen. In een onderzoek waarin we geen bureaus hadden geinstalleerd werd de zelf-controle methode niet goed ontangen, en bereikten we niet de gedragsverandering die we gehoopt hadden. Dit geeft aan dat het ook belangrijk is de praktische implementatie van zulke gedragsveranderingsmethoden in de gaten te houden. Een methode voor zelf-controle die acceptabel en haalbaar is voor de deelnemers is een belangrijk ingredient voor een geslaagde interventie.

 

 

 

Praktische tips:

  1. Moedig het management aan om initiatieven die minder zitten en meer beweging promoten te steunen.
  2. Verstrek informatie over meer bewegen en minder zitten op kantoren, bij voorkeur in combinatie met zelf-controle instrumenten (bijvoorbeeld een bewegingslogboek bijhouden).
  3. Maak beleid, of versterk in ieder geval een sociale norm, dat medewerkers aanmoedigt minder te zitten en meer te staan tijdens vergaderingen. Wandelen tijdens overleg kan ook en optie zijn.
  4. Geef zo mogelijk toegang tot bureaus waaraan de werknemer zowel kan zitten als staan.
  5. Als dat niet mogelijk is kan, improviseer dan met tijdelijke sta-plekken (bijvoorbeeld door een laptop op een hogere werkplek te zetten).

 

 

Translated by Anne van Dongen