Korte interventies voor gedragsverandering in de gezondheidszorg

Posted on Posted in Interventions

By Stephen Sutton, University of Cambridge, England

Grootschalige problemen vereisen grootschalige oplossingen. Om de ‘Grote 4’ (te weinig lichaambeweging, roken, overmatig eten en alkohol gebruik) aan te pakken hebben we schaalbare interventies nodig die grote groepen mensen bereiken om een beduidend effect te hebben op de volksgezondheid. Een veelbelovende aanpak is het gebruik van korte interventies die aangeboden worden door een behandelaar in de gezondheidszorg. In Groot Brittanie bijvoorbeeld beveelt het Nationale Instituut voor Kwaliteit in Gezondheid en Zorg aan dat primaire zorgverleners kort advies geven over lichaamsbeweging aan niet actieve volwassenen, en dit herhalen bij volgende afspraken.

Er is bewijs voor de effectiviteit van korte interventies. Een probleem bij het interpreteren van het onderzoek is echter dat er verschillende definities bestaan van ‘kort advies’ en ‘korte interventies’. Een overzichtsartikel definieerde ‘kort advies’ als “minder dan 30 minuten, ofwel geleverd in een enkele sessie”. Veel van dit soort ‘korte’ interventies duren te lang om toegevoegd te worden aan routine afspraken in de gezondheidszorg. In ons werk hebben we ons daarom gericht op ‘zeer korte’ interventies die niet langer dan 5 minuten duren, om lichaamsbeweging aan te kaarten. Deze zeer korte interventies kunnen in verschillende omstandigheden gebruikt worden. Wij hebben deze ontworpen voor het Gezondheidscheck programma van de Nationale Gezondheidszorg in Engeland. Dit programma nodigt volwassenen van 40 – 74 jaar, die niet in een ziekteregister staan, uit om elke 5 jaar een hart- en vaatcontrole te laten doen. De meeste van deze controles worden uitgevoerd door verpleegkundigen in de eerstelijnszorg. Ze zijn een ideale gelegenheid om een zeer korte gedragsveranderingsinterventie uit te voeren bij potentieel miljoenen mensen.

Voor het ontwikkelen van de interventies gebruikten we een iteratieve aanpak die bewijs en expertise uit verschillende bronnen (zoals overzichtsartikelen, overleg met belanghebbende partijen, interviewstudies, kosten analyses, en team discussies) combineerde. We ontleden de inhoud van erg korte interventies op gedragsveranderingstechnieken. Onze erg korte interventie met behulp van een stappenteller bijvoorbeeld bestond uit negen verschillende gedragsveranderingstechnieken, zoals het vastzetten van einddoelen, planning, en zelfcontrole. Deze werden toegepast door de deelnemer een stappenteller met een stappenoverzicht te geven, en instructies als: “elke week kun je een doel voor jezelf stellen, bijvoorbeeld 6000 stappen per dag zetten, en dan kun je elke dag je stappen noteren om te zien of je je doel hebt bereikt”. We ontwikkelden ook een drie uur durende trainingssessie en een handboek voor de behandelaar.

Zulke erg korte interventies die gebaseerd zijn op technieken onderscheiden zich van enkel het geven van advies. Advies komt meestal neer op het aansporen tot verandering, en informatie over de schade die gebrek aan beweging kan veroorzaken, en over de voordelen van een actiever leven leiden. Hoewel advies belangrijk is is het ook van belang om technieken zoals het stellen van doelen en zelfcontrole aan te leren om mensen te helpen bij het veranderen van hun gedrag.

We hebben laten zien dat het haalbaar is om erg korte interventies toe te voegen aan gezondheidschecks, en dat deze korte interventies acceptabel zijn voor zowel de behandelaar als de patient. Onze eerste resultaten wat betreft effectiviteit waren veelbelovend. Gebaseerd op objectief gemeten activiteit met een versnellingsmeter had de erg korte interventie met de stappenmeter een geschatte 73% kans op effectiviteit (namelijkl, op meer lichaamsbeweging in vergelijking met een controle groep die geen interventie kreeg). Echter, toen we deze interventie testten in een groter experiment (met 1007 deelnemers) had het slechts een klein, niet significant positief effect op lichaamsbeweging na 3 maanden. Ondanks dat wijst de economische evaluatie erop dat er 60% kans is dat de interventie op de lange termijn kosten-effectief is, in vergelijking met alleen een Gezondheidscheck. Daarom lijkt het erop dat het aanbieden van de korte interventie beter is dan dit niet doen.

Mogelijk kan de effectiviteit van zeer korte interventies verbeterd worden door componenten toe te voegen aan de interventie. De uitdaging bestaat eruit dit te doen zonder veel extra kosten. Een mogelijkheid is om een zeer korte persoonlijke interventie, geleverd door een behandelaar te combineren met een digitale interventie die de patient helpt het gezonde gedrag vol te houden. De combinatie van persoonlijke en digitale interventies kan effectiever zijn dan beide apart. We hebben een versie van dit interventiemodel gebruikt in ons werk om mensen te helpen te stoppen met roken. De digitale component bestond hier uit een programma van 90 dagelijkse smsjes toegespitst op de persoon.

Aanbevelingen

  • Er is bewijs dat korte interventies gedrag zoals roken en lichaamsbeweging kunnen veranderen. Helaas zijn veel van deze interventies te lang om in routine afspraken te includeren.
  • In plaats daarvan moeten we overwegen om zeer korte interventies, die niet meer dan 5 minuten duren, te gebruiken.
  • Zeer korte interventies zijn niet slechts adviezen, maar bevatten een of meer gedragsveranderings technieken. Het kan bijvoorbeeld nuttig zijn om de patienten te vragen hun gedrag te bewaken door een specifiek actie plan te maken door op te schrijven wanneer, waar en hoe ze aan lichaamsbeweging gaan doen, of tussendoortjes te gaan vermijden.
  • Patienten de weg wijzen naar nuttige hulpmiddelen (zoals een smartfoon app, of een lokale wandel groep) is makkelijk en snel en kan de impact van een interventie verhogen. Het plannen van een vervolg afspraak kan ook helpen.
  • Zorg dat elke afspraak telt. Elke keer dat je een patient ziet is een mogelijkheid iets over te brengen over gezonder gedrag. Het toegevoegde effect van het gebruik van zeer korte interventies door meerdere behandelaars kan een belangrijk effect hebben op de volksgezondheid.