Wat gebeurt er met medicijnen zodra ze mee naar huis worden genomen?

Posted on Posted in Medication adherence

Door Kerry Chamberlain, Massey University, Auckland, Nieuw Zeeland

Wat doen mensen met hun medicatie zodra ze thuis zijn? Vreemd genoeg is hier niet veel onderzoek naar gedaan. Hoewel het wel een belangrijke vraag is – de meeste medicatie wordt immers thuis ingenomen. Medicatie wordt voorgeschreven door artsen, maar zodra de medicijnen zijn opgehaald uit de apotheek wordt maar aangenomen dat ze op de juiste manier worden gebruikt. Daarnaast hebben mensen toegang tot een flinke hoeveelheid medicatie die zonder recept gekocht kan worden (zoals pijnstillers), alternatieve geneesmiddelen (zoals homeopathische middelen), en andere gezondheidsgerelateerde middelen die niet worden aangezien als medicatie (zoals vitaminen, of probiotische drankjes). De toegang tot medicatie zonder recept kan per land erg verschillen.

Alle soorten medicatie zijn complexe zogenaamde sociale objecten, die niet enkel gezien moeten worden als medische technologie die medische aandoeningen geneest of verzacht als ze volgens voorschrift gebruikt worden. De dosis-respons- (of concentratie-effect)relatie verschilt per medicijn. Sommige (zoals paracetamol) hebben een brede therapeutische index (worden makkelijk verdragen in veel verschllende doseringen), terwijl andere (zoals levothyroxine) een nauwe therapeutische index hebben (wat inhoudt dat kleine verschillen in dosering kan leiden tot verminderde werking en/of sterke bijwerkingen). Elke medicatie heeft bepaalde bijwerkingen; sommige zijn minimaal en blijvem onopgemerkt door de meeste gebruikers, andere zijn zwaarder en potentieel gevaarlijk. Hoewel het effect van medicatie kan varieren kunnen mensen zelf ook verschillen in hun tolerantie voor verschillende soorten medicatie, en tolerantie kan veranderen naar mate het medicijn vaker gebruikt wordt.

 

 

We hebben sterk bewijs dat slechts de helft van de voorgeschreven medicatie volgens voorschift genomen wordt. Hier zijn verschillende redenen voor, zoals bijwerkingen, zorgen over verslaving, en persoonlijke meningen over de ziekte, medicatie en behandeling.

 

Daarom is het belangrijk te begrijpen hoe mensen denken over medicatie in het dagelijks leven. We hebben onderzoek gedaan bij mensen in 55 huishoudens in vier steden in Nieuw-Zeeland. We waren niet geintereseerd in medicatietrouw, maar we vroegen naar gebruik van medicatie, waar medicatie in huis werd bewaard, en we bespraken elk afzonderlijk medicijn wat ze in huis hadden.

 

Sommige belangrijke resultaten van dit onderzoek waren:

 

  • In elk huishouden waren een grote hoeveelmeid medicijnen, zowel voorgeschreven, niet voorgeschreven, en homeopatische varianten aanwezig, verschreid door het hele huis. De plaatsing was bewust gekozen, en relevant voor het gebruik. Medicijnen die door meerdere mensen in het huishouden gebruikt werden centraal geplaatst (keukens en woonkamers), persoonlijke medicatie in meer prive-ruimtes (slaapkamers, badkamers), en oudere medicatie opgeborgen (in kasten en op zolders). De plaatsing van medicatie weerspiegelde de familie relaties en de zorgtaken in het huishouden.

 

  • Mensen begrepen en gebruikten medicatie verschillend. Sommigen voelden weerstand, terwijl anderen zelf het gebruik aanpasten of verlengden, afhankelijk van de soort medicatie en de aandoening waarvoor deze gebruikt werd.
    • Sommige mensen hadden een duidelijke mening over antibotica: “Ik neem liever geen antbiotica … antibiotica moet alleen in noodgevallen gebruikt worden”.
    • Mensen die psychofarmaca gebruikten verminderden het gebruik vanwege bijwerkingen en gewenning: “Ik wilde functioneren in de maatschappij … om beter te worden moest ik stoppen met de medicatie”.
    • Mensen die alternatieve middelen gebruikten voelden vaak weerstand tegen allopathische medicatie: “Ik wacht liever wat langer af, ik wil gewoon geen medicatie gebruiken”.
    • Anderen pasten de dosis aan op basis van symptomen: “Ik had een hogere dosis voorgeschrven gekregen maar ik besloot dat ik wilde proberen de dosis zo laag mogelijk te houden”.

 

  • Dit alledaagse medicatiegebruik werd geleid door begrip van de waarde en plaats van medicatie in de maatschappij. Medicatie kan verwarring brengen, als angsten die gevoed worden door pharma marketing en de media het ‘onnatuurlijke’ en een gevoel van chaos oproepen. Medicatie kan ook orde scheppen als ze begrepen wordt als iets wat balans brengt, en orde en controle herstelt. Medicatie roept ook een moreel oordeel op, als ze begrepen wordt als ‘noodzakelijk kwaad’ waarbij je bij constant op je hoede moet zijn, of als gebruik impliceert dat een ziek persoon ‘faalt’, of als er een stigma rustte op een ziek ‘falend lichaam’.

 

In plaats van het gebruik van medicatie te zien als irrationeel of slecht geinformeerd, denken wij dat hier een eigen logica achter schuil gaat, die voortkomt uit een ‘leken pharmacologie’, waar patient perspectieven op medicatie voortkomen uit zowel de aanleiding voor het gebruiken van medicatie als een persoonlijk gezondheidsbegrip. Deze leken pharmacologie beinvloed en veranderd het gebruik van medicatie in huishoudens op bovengenoemde manieren, en geeft een perspectief dat tot nu toe achterwege is gebleven in onderzoek naar medicijn gebruik. Thuismedicatie heeft een eigen sociaal leven.

 

Aanbevelingen

  • Medewerkers in de gezondheidszorg moeten begrijpen dat medicatiegebruik een sociaal proces is, en het als zodanig behandelen, in plaats van enkel vanuit biomedisch perspectief naar medicatietrouw kijken.
  • Medicijngebruik kan beter begrepen worden als het geplaatst wordt in de praktijk, met name in de temporele en plaatselijke praktijk van een huishouden. Gezondheidspsychologen die interventies willen ontwikkelen voor medicatiegebruik en medicatietrouw moeten deze praktijk onderzoeken en advies geven wat gerelateerd is aan de sociale en contextuele dynamiek die dagelijks medicatiegebruik van patienten beinvloedt.
  • Gezondheidspsychologen moeten medicatie open bespreken met patienten en proberen aanbevelingen te formuleren die passen bij het beeld wat de patient heeft bij zijn/haar ziekte, hoe deze de eigen medicatie ziet en begrijpt, en hoe medicatiegebruik in het dagelijks leven opgenomen kan worden.

 

Translated by [Anne van Dongen]